Otago Peninsula: wildlife spotten

Posted Dagboek Nieuw-Zeeland

Nadat mijn ouders op zondagochtend zijn vertrokken, werken wij nog tot en met donderdag door. Het plan is om vrijdagochtend vroeg naar de Catlins te vertrekken, maar het weer gooit roet in het eten. Volgens de voorspellingen krijgt Nieuw-Zeeland eerst te maken met een koufront dat vanuit het zuiden op komt zetten, gevolgd door een regenfront. Top. Precies op de dagen dat wij vrij zijn…

Op donderdagavond besluiten wij dus de plannen enigszins aan te passen. We besluiten te starten op Otago Peninsula, een schiereiland voor de stad Dunedin. Wat we de dagen daarna gaan doen zien we wel, dat is afhankelijk van het weer.

 

Otago Peninsula: the place to be for wildlife.

Een bezoek aan dit schiereiland stond al bij Léon en mij op het lijstje. Dus dat mijn ouders hier ook naartoe willen, komt ons mooi uit. We hebben vrijdagmiddag pas rond 16u afgesproken op de camping, wat betekent dat we de rest van de dag eigenlijk nog kunnen doen wat we willen.

 

Een omweg via Dansey’s Pass

Omdat we zo veel tijd hebben, besluiten we via Dansey’s Pass te rijden. Dit is een pas die we graag al eerder wilden doen, maar wegens de toen vele regenval gesloten was. Deze route is prachtig. Hoewel we niet overal het beste uitzicht hebben voor mist en laaghangende bewolking, beneemt het uitzicht op de plekken dat we wél iets kunnen zien, ons de adem. Geweldig. En bovendien: we komen vrijwel niemand tegen, wat wij heerlijk vinden.

Vrijwel op het einde van de pas moeten we even een kwartiertje wachten op andere weggebruikers. Geen auto’s dit keer. Wel héél veel schapen die van het ene naar het andere veld gedreven worden. Léon knoopt een kort gesprek aan met de boer die achter de kudde loopt. “Zeg, hoeveel schapen zijn dit nu eigenlijk?” “Mwah, een paar duizend. Drieduizend of zo. Maar dit is nog niet alles hoor, de rest staat op een veld hier verderop.”

 

Stipt op tijd

Mijn vader is van de tijd. Als we afspreken om 9u weg te gaan, zal hij om 08:55u (of zelfs daarvoor) klaar staan. Dit is iets dat ik niet van hem geërfd heb. Ik ben namelijk degene die om 08:55u nog even snel de sokken, schoenen en jas moet aantrekken. Oh, ja, en nog even mijn tas pakken.

Als wij dus om 15:55u de camping op rijden, vinden we dat dan dus ook wel grappig. We zijn prachtig op tijd. Maar nog geen Britz camper te zien. Als mijn ouders rond 16:30u de camping op draaien, staat ons tentje al en zitten we te genieten van de zon. Ach, daar is het vakantie voor. Al heeft mijn vader dat wel de rest van de dagen moeten aanhoren, natuurlijk.

 

De enige Royal Albatros kolonie ter wereld die op het vaste land broedt

Die brengen we wel even een bezoekje. Althans, dat denken we. Wanneer we rond 09:45u aankomen bij het Royal Albatross Centre, blijkt het centrum nog gesloten. We wandelen wat rond in het gebied er omheen en maken wat foto’s. Als om 10:15u het centrum open gaat, staan we eigenlijk een kwartier later alweer buiten. Om namelijk daadwerkelijk bij de albatros kolonie te komen, zijn we verplicht een (redelijk prijzige) tour te boeken. Deze tour van 1,5u houdt in: een praatje, een film en vervolgens mij de kolonie kijken (wat een stukje van vijf minuten wandelen is, want je hoeft alleen maar de trap op). Een rekensom die voor ons snel gemaakt was: wij gaan wel een betere optie vinden.

Nadat we de slechtste koffie van Nieuw-Zeeland hebben gedronken bij een tentje boven op de berg in de buurt van het albatros centrum, rijden we door naar de plaats waar je pinguïns schijnt te kunnen bekijken.

 

Pinguïns bekijken. Of toch niet.

Eenmaal aangekomen blijk je ook hier een tour te moeten boeken. Enerzijds snappen wij het wel, want het toerisme verstoort wildlife. Doordat toeristen te dicht bij de dieren komen, durven deze dieren hier niet meer aan land te komen. Ook weten we dat dit geld van de tours gebruikt wordt om de zieke dieren op te vangen en de dieren te verzorgen. Toch vinden we het frustrerend dat we vast zitten aan tours om het wildlife te kunnen zien. Dus ook voor de pinguïns geldt dat wij hier vertrekken zonder de dieren gezien te hebben.

Terug op de camping boeken we via de kortingssite Bookme vier tickets voor een “Wildlife Cruise” bij Monarch Wildlife cruises en tours voor de volgende ochtend. Daarna besluiten we om via een strandje richting Dunedin te rijden.

 

Het zeehondje werd ineens wel heel groot

Wanneer wij het strandje (Allans beach) op lopen, worden wij door andere bezoekers al gewaarschuwd dat een drietal vrouwelijke zeeleeuwen op het wandelpad ligt te zonnebaden. Even omlopen via de duinen dus. Ook ligt er een mannelijke zeeleeuw uit te rusten op het strand. De regels zijn dat je tien meter afstand moet houden van de dieren. Wij vinden dat dat nog behoorlijk dicht bij is en blijven liever iets verder uit de buurt.

Plots zien we een zeehondje door de golven naar het land toe komen. Dat is leuk, denken mijn vader en Léon. Even dichterbij om foto’s te maken. Totdat het zeehondje daadwerkelijk op land aankomt en gaat “staan”. Dit blijkt een andere mannelijke zeeleeuw te zijn. Een stukje groter dan een zeehondje dus!

De twee mannelijke zeeleeuwen krijgen met elkaar aan de stok en moeten even laten zien wie de baas is. Gaaf om daar getuige van te zijn. Daarna rollen ze heerlijk in het zand en ploffen ze na hun ruzie neer om even bij te komen. Wij vervolgen onze reis naar Dunedin.

 

Doedelzakwedstrijd

Nadat we een parkeerplaats hebben gevonden in een garage in het centrum, lopen we naar de kern van het centrum. Daar blijkt een heuse doedelzak aan de gang te zijn. Ja, je leest het goed. Doedelzakwedstrijd.

De kern van Dunedin bestaat uit een soort rotonde waar omheen allerlei cafeetjes zijn gevestigd. De rotonde was afgesloten met auto’s en gevuld met toch zeker tien tot twintig teams die meededen aan de wedstrijd. Waar aan de ene kant van de rotonde de jurybeoordeling plaatsvond, werd op de rest van de rotonde door de overige teams warm gespeeld. Het geluid daarvan kun je je nu enigszins voorstellen, denk ik.

 

Even zoeken naar een lunch spot

De doedelzakwedstrijd ontvluchten wij snel, want het is onderhand lunchtijd en we hebben wel trek. Het is even zoeken naar een tentje om te lunchen, want de omliggende cafeetjes hebben niet echt wat wij willen. Uiteindelijk belanden we bij The Black Dog, waar mijn vader, Léon en ik genieten van een heerlijke burger en mijn moeder kiest voor een salade die zo groot is dat ze hem niet eens op krijgt. Vanavond hoeven we denk ik niet meer zo veel te eten…

 

Baldwin street, The world’s steepest street

Met ons buikje rond gegeten struinen we nog wat door Dunedin en rijden we daarna naar Baldwin Street, “The World’s Steepest Street”*. Léon en ik hebben de vorige keer al een bezoekje gebracht aan dit straatje, maar doen het graag nog eens. Léon wil nog wat leuke foto’s proberen te maken én we zijn nog steeds op zoek naar een magneetje.

Magneetje? Ja, die sparen wij! Hier in Nieuw-Zeeland heb je van vrijwel alle plaatsen magneetjes in de vorm van de road signs. Sinds onze aankomst in Nieuw-Zeeland zijn we de traditie gestart om bij iedere plek waar we komen een magneetje mee te nemen. De vorige keer in Dunedin hebben we ons rot gezocht naar het “Dunedin-magneetje”, maar deze was nergens te vinden. Toevallig heeft Esther een Baldwin Street magneetje en kon ons vertellen dat zij die bij een lotto-shop in de buurt van Baldwin Street had gekocht.

Ons bezoek aan de World’s Steepest Street had dus een extra doel: eindelijk het magneetje scoren. En ja hoor, bij de lotto shop hebben we geluk: niet alleen het “Baldwin Street” magneetje, maar ook het “Dunedin” magneetje is binnen! Kassa!

Daarna rijden we terug naar de camping op Otago Peninsula en genieten we van een biertje en een kleine maaltijd.

*Helaas verliest Baldwin Street in juli 2019 haar titel als “The World’s Steepest Street”. Tot ongenoegen van de Kiwi’s natuurlijk. Je leest het hier.

Comments (0)

Leave a comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.